De weblog met de positieve vibes!

13.5.08

Een sprint naar de garage

Ik ken twee radionachtmerries. Variaties op hetzelfde thema overigens. De eerste angst: de plaat is bijna afgelopen, terwijl ik nog naarstig op zoek ben naar het volgende nummer. Dat ik niet kan vinden. In de tijd van vinyl en cd's gebeurde me dat ook wel een enkele keer. Dan was het een kwestie van de tijd vol lullen, terwijl je ondertussen graaide naar een draaibaar liedje. Tegenwoordig zijn radiostations zo verregaand geautomatiseerd, dat de show toch wel doorloopt in de computer. Ik ben dan ook niet van de categorie dj's die terugverlangt naar krakende grammofoons en jengelend lub-tape.

De tweede angst: thuis wakker schrikken op het moment dat je eigenlijk met de show moet beginnen. Vanochtend overkwam het me. Om twee minuten voor zes zat ik rechtop in bed. In een halve minuut schoot ik onder de douche door, nog een halve minuut om me aan te kleden, een sprint naar de garage en om klokslag zes uur sjeesde ik weg op mijn fiets. Ik was net op tijd op het station om de trein van zeven over zes nog te halen en om half zeven stormde ik de studio van City FM binnen. Smooth. Lekker programma ook. Wonderbaarlijk genoeg. De schwung zat er behoorlijk in. Maar het blijft balen!

Zojuist aangetekend op mijn boodschappenlijstje: een extra wekker. Even de persoonlijke automatisering op pijl brengen. Hoewel, ik heb 'm het liefst analoog. Met zo'n ouderwetse 'tring'. Uit de tijd van het vinyl, zeg maar...

12.5.08

'Loop je weer te klagen?'

"Wat een smerig teringweer," zei ik oprecht geërgerd tijdens mijn entree op de Hart-redactie vanavond. Rentree voor sommigen. Leentje keek me verbaasd aan. "Wat doe jij nou weer hier?" vroeg ze met haar verleidelijke Vlaamse tongval. Het concept van mijn Latverbintenis met Hart van Nederland is blijkbaar nog niet iedereen duidelijk. "Ah, m'n Hyves-vriend," riep Maroesja sarcastisch als altijd vanachter de tiplijn. "Loop je weer te klagen?"

10.5.08

Een uiterst irritante verkoper

Winkelcentrum Alexandrium, begin van de middag. Een uitgelezen moment. Weekend. Strandweer. Het is er uitgestorven. Op jacht naar een bank. Vruchteloos. Lelijk zijn ze vooral. Of ze zitten voor geen meter. Tenzij je zesduizend euro wilt uitgeven. En dat wil ik niet.

Bij een woonwinkel op de tweede verdieping van Alexandrium III word ik al snel aangeschoten door een uiterst irritante verkoper die me nogal aan wijlen Jaap Stobbe doet denken. "Zijn we gezellig aan het rondkijken?" vraagt hij overenthousiast. Dat zijn we dus niet.

Ik hou het netjes en voeg de man glimlachend, maar afgemeten toe dat van gezelligheid bepaald geen sprake is en dat ik me rustig even oriënteer. Bedankt. Hij geeft niet op. "Komt meneer voor slaap- of wooncomfort?" vraagt hij. "Ik kijk dus gewoon rond," bijt ik hem toe.

Twee minuten later staat hij uit het niets weer voor mijn neus. "Wil het allemaal lukken?" informeert hij. "Meneer," zeg ik kordaat, "uw verkooptechniek ervaar ik als uiterst vervelend en daarom verlaat ik nu direct de winkel." Hij kijkt me niet begrijpend na.

Overigens valt het nog niet mee om de uitgang te vinden. De inrichting van woonwinkels is namelijk funest voor het oriëntatievermogen. In navolging van Ikea zijn ze tegenwoordig equivalent voor doolhof. Als je tenminste af wilt wijken van de vaste routing.

Als ik bij Jencikova, twee deuren verder, het Thaise vriendje van de filiaalhouder snurkend aantref op een bank bij de kassa, hou ik het voor gezien. Bovendien is het maandag Tweede Pinksterdag. Er moet nog wel iets te meubelen over blijven natuurlijk...

9.5.08

'Nou wil ik het weten ook!'

Ik zat midden in een viewing, maar was vergeten mijn telefoon vooraf uit te zetten. Amateuristisch. Toen Bas belde, wist ik dan ook niet hoe snel ik hem weg moest drukken. Na afloop belde ik terug, in de veronderstelling dat hij contact had gezocht om nog even na te praten over de première van de pilot.

Hij klonk opgewonden. "Ik was op je blog om even te kijken of je al iets had geschreven over gisteravond," zei Bas. "Nog niet aan toegekomen," onderbrak ik hem. "Maar was geslaagd, toch?" Bas deed alsof hij me niet hoorde en vervolgde zijn verhaal. "En toen viel mijn oog op een reactie bij één van je andere stukjes."

Ik wist niet waar hij op doelde. De afgelopen weken heb ik nagenoeg in volstrekte afzondering geleefd en het internet alleen gebruikt voor onontkoombare communicatiedoeleinden. Dat zei ik tegen Bas. "Geen idee waar je het over hebt." Bas grinnikte. "Dan zeg ik verder niks," reageerde hij.

Stik nieuwsgierig als ik nu eenmaal ben en met de praktische beperking dat ik midden in de Delflandse weilanden fietste op het moment van ons telefoongesprek en dus geen toegang had tot het internet, nam ik geen genoegen met zijn suggestie. "Wat staat er dan?" drong ik aan. "Nou wil ik het weten ook!"

"Het is een enorm verhaal," zei Bas. "Over iemand die je in de trein heeft gezien. Zo'n verhaal als je ook wel leest in de Rails." Ik wist precies waar hij op doelde. Het onderdeel 'Hartkloppingen' in het periodieke NS-magazine. Prachtig proza. Al vertelde een andere Bas me ooit dat die advertenties door de redactie worden verzonnen.

"Het zal wel een grapje zijn," zei ik door de telefoon. "Zoals je weet reis ik eerste klas en daar zitten behalve mijzelf alleen onaantrekkelijke bejaarden."

Honderd dingen die beter kunnen

Vijfendertig man in een theaterzaal met zesendertig stoelen. En een slecht functionerende luchtkoeling. Het was benauwd gisteravond, maar daardoor niet minder geslaagd. Natuurlijk zijn er - zoals ik in mijn praatje vooraf ook zei - nog honderd dingen die beter zouden kunnen en een tiental dingen die echt nog beter moeten, maar allemaal in de categorie details.

Zeven maanden na de opnames, een jaar na de start van de productie en drie jaar nadat het concept voor het eerst ter sprake kwam, is de pilot die de afgelopen maanden mijn dagelijks leven beheerste klaar. Dat wil zeggen: we hebben een punt gezet achter het ontwikkelstadium en gaan nu de boer op met een verhaal dat wat mij betreft staat als een huis. En ik heb er zin in.

Gisteravond was de première voor een gezelschap van kandidaten, crew en andere belangstellenden. Een topavond. Vandaag het eerste gesprek met een potentiële partner, komende week beginnen we voorzichtig met een kleine tournee.

30.4.08

Slingers en ballonnen

Het was mijn laatste reguliere bijdrage aan Hart van Nederland. Niet dat ik helemaal weg ben, maar vanaf vandaag heb ik geen vaste plek meer in het rooster en fungeer ik - zoals we het ooit eigenlijk hadden bedacht - als vaste invalkracht bij roostercalamiteiten. Toch voelde het een beetje als afscheid. Van hoofdredacteur Marc kreeg ik na de late uitzending een alleraardigst sms'je. Eerder op de dag bleek mijn inspreekcel overdadig opgetuigd met slingers en ballonnen. Er lag een kaartje bij van alle editors. Ik was er even stil van.

De afgelopen bijna twee jaar heb ik het ontzettend naar mijn zin gehad bij SBS Productions. Ik zeg: tot volgende week zondag! Dan ben ik alweer van de partij...

29.4.08

Een tbs'er te logeren

Een weekendje Limburg. Met mijn nichtje Wieke op bezoek bij oma. Het was lang geleden. Voor ons beiden - in verschillend verband - een jaar of twee, rekenen we uit op de weg er naartoe. De zon schijnt, terwijl het landschap transformeert en ook de architectuur steeds zuidelijker aandoet. Zuid-Limburg voelt steevast als een iets exotische bestemming. En toch vertrouwd. Door de 'roots'. Onze ouders komen er vandaan en van kinds af kwamen we er regelmatig.

De Palestinastraat oogt onveranderd. Met de opvallende turkooizen voordeuren. Oma staat ons al op te wachten als we door het tuinhek stappen. Het ruikt er nog steeds als toen. Die vertrouwde omalucht. Associaties met griesmeelpudding en bramensap. Die avond eten we gezamenlijk bij Marijke en Guido - tante en oom, die ook in Heerlen wonen. Hanneke is op bezoek. We praten over Azië en Guido haalt smakelijke herinneringen op aan zijn Rooms-katholieke jeugd.

Als Wieke en ik de volgende ochtend met oma in de achtertuin zitten, volgt de meest bizarre ontboezeming van het weekend. Oma vertelt hoe Marijke in haar jeugd correspondeert met een tbs'er. Als daar de klad in komt, neemt oma zelf het contact over. Er ontstaat een hechte band door de brieven die heen en weer gaan en uiteindelijk wordt oma benaderd als de man op proefverlof mag. Of hij een weekje kan komen logeren. Mijn mond zakt langzaam open van verbazing.

Die verbazing neemt alleen maar toe wanneer oma vertelt dat het logeerpartijtje daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. "Maar met een bewaker erbij hoor," zegt ze om ons gerust te stellen. "Later niet meer. Toen is 'ie nog een week alleen geweest." Ik weet niet wat ik hoor. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Een tbs'er te logeren. Dezer dagen zou het volstrekt ondenkbaar zijn. "Was u nooit bang?" vraag ik. Oma schudt haar hoofd. "Nee hoor," zegt ze kordaat. "Geen moment."

Terwijl oma verder vertelt over het opmerkelijke contact, bladeren Wieke en ik in een vergeeld fotoalbum. "Wie is die man met dat rode leren jasje?" vraag ik na enige tijd. Oma werpt een blik. "Dat is 'm," zegt ze. "Ook toevallig!" Gefascineerd kijk ik naar een reeks huiselijke tafereeltjes, vastgelegd op de gevoelige plaat. Ergens begin jaren zeventig. Met de tbs'er in de tuin, bij iets dat lijkt op een kinderboerderij. Alle mensen op de foto's lachen.

Ik moet er even van bijkomen, maar vind tegelijk dat ik voortaan officieel de stoerste oma van Nederland heb. Een tbs'er als logee. Gezellig.

De meeste details vergeten

Ja! Ik weet het! Ik voel me er ook beroerd over. Het is niet goed te praten, maar met al het behang en vloeren leggen, is het er gewoon bij ingeschoten. Stom, want de afgelopen weken waren enerverender dan ooit, terwijl ik intussen de meeste details ben vergeten.

Maar ik ben weer terug!

24.3.08

'Er gaan gewonden vallen!'

Zes jongetjes. Ik schatte ze een jaar of veertien. Ze kwamen met veel rumoer de coupé binnen. Zelf zat ik geconcentreerd te kijken naar het ruwe materiaal dat ik eerder die dag had gedraaid tijdens de repetitie voor een nieuw project van AEGON Bank. Het was een uur of vier, onderweg naar Amsterdam in de sneltrein.

De oefensessie had behoorlijk wat energie gekost, vandaar dat ik nog iets korter was aangebonden dan normaal. Toen het zestal me na enkele minuten al danig de keel begon uit te hangen, schroomde ik dan ook niet daar met luide stem iets van te zeggen. Ze schrokken. En even keerde de rust terug in het treinstel waar we zaten.

Niet lang, want zo'n vijf minuten later nam het volume van hun gesprekken toe, werden mobiele telefoons als gettoblaster ingezet en kwamen er zelfs feesttoeters te voorschijn. Ik vroeg me af waarnaar het gezelschap op weg was. Net als ik naar Amsterdam, zoveel was duidelijk. Maar wat ze daar gingen doen, bleef vaag.

Inmiddels was ik ze inmiddels meer dan zat en liet dat nogmaals zeer geïrriteerd merken. Mijn woorden liet ik gepaard gaan met een dreigend klinkende laatste waarschuwing. Opnieuw was het even stil. Even, want niet lang daarna nam de baldadigheid weer toe en gilden ze, met tussenpozen van enkele seconden, afwisselend 'plop' door de coupé.

Ik kookte van woede. De adrenaline gierde door mijn lichaam. In een golf van energie vloog ik van mijn stoel en klapte het tafeltje voor me met een enorme dreun dicht, waardoor ik direct hun onverdeelde aandacht had. "Er gaan gewonden vallen," brieste ik. "Stelletje smerige teringlijers. Spullen pakken en eruit!"

Ze keken me verdwaasd aan. "Kom op," hoorde ik mezelf schreeuwen. "Raus!" Eén lid van het groepje sputterde voorzichtig tegen. "Ik heb echt zin om je op je bek te rammen," beet ik hem toe, "dus je pakt nu je tyfuszooi bij elkaar en je rot hier op!" Het gezelschap koos uiteindelijk eieren voor het geld en verdween richting balkon.

De andere passagiers in het treinstel hadden het tafereel al even verdwaasd gadegeslagen. In volstrekte stilte vooral. Van enige bijval was bepaald geen sprake. Pas toen het zestal weg was, zocht een oudere man met krant oogcontact. Hij stak zijn duim op. "Goed hoor! Het is een schande hoe ze zich gedragen tegenwoordig."

19.3.08

'Geen fietsen in de parkeergarage'

Met een tas vol boodschappen fietste ik de garage in die bij mijn nieuwe appartement hoort. Ik parkeerde het rijwiel - zoals ik inmiddels gewoon ben - op mijn eigen parkeerplaats. Dwars op de korte zijde, tegen de blinde muur. Ik heb immers toch geen auto. Niet eens een rijbewijs.

Terwijl ik mijn fiets op slot zette, groette ik het echtpaar dat op de parkeerplaats naast mij schijnbaar het oliepijl van hun wagen aan het controleren was. Ik schatte ze eind vijftig, met de ontspannen uitstraling die een VUT-regeling deed vermoeden. Ik verdacht ze van een caravan.

De man liep vriendelijk glimlachend op me af. "Dat mag eigenlijk niet," zei hij wijzend naar mijn geparkeerde fiets. Ik keek hem vragend aan. "Geen fietsen in de parkeergarage," verduidelijkte hij. Ik glimlachte al even vriendelijk terug. "Volgens mij staat 'ie keurig daar," zei ik.

Mijn opponent schudde meewarig het hoofd. "Het kan echt niet," zuchtte hij. Ik informeerde naar het waarom. Even dacht hij na, om vervolgens te zeggen: "Als iedereen z'n fiets hier neer gaat zetten, wordt het een zootje." Ik reageerde sussend dat het waarschijnlijk wel los zou lopen.

"Hij moet in de kelderbox," zei de man. Nu was het mijn beurt om het hoofd te schudden. "Ik vind dat mijn fiets hier prima staat. Tegen de muur, zodat 'ie onmogelijk om kan vallen. Niemand heeft er last van. Bovendien is het mijn parkeerplaats. Ik betaal ervoor," zei ik immer voorkomend.

Terwijl de man strijdbaar doorsprak, zocht ik de blik van zijn vrouw. Zij haalde haar schouders op, keek me iets verontschuldigend aan en zei bijna fluisterend: "Mij staat 'ie niet in de weg hoor!" Haar echtgenoot hoorde het niet en bleef zelfs doorpraten nadat ik al gedag had gezegd.

Je begrijpt: mijn fiets staat er nog steeds. Een officieel arrest van de bewonerscommissie wacht ik met vertrouwen af...

18.3.08

Dezelfde Albert Heijn als Don Diego

Ik doe tegenwoordig mijn boodsachappen in dezelfde Albert Heijn als Don Diego Poeder.

11.3.08

'Voor wie bel je eigenlijk?'

Halverwege mijn inspreekroutine voor Hart kwam ik er vanavond achter dat mijn telefoon was verdwenen. Nou is dat bepaald geen unicum, want ik ben altíjd mijn telefoon kwijt. Of mijn sleutels. Of mijn fiets. Of willekeurig welk ander object. Dus belde ik mijn eigen nummer, in de hoop dat ik het apparaat op basis van de ringtone terug zou kunnen vinden.

Maar terwijl ik mijn oren spitste om het geluid op te vangen, werd de oproep onverwacht beantwoord. "Met Wilco," zei een stem aan de andere kant van de lijn. "Met Sander," zei ik op mijn beurt. "Heb jij mijn telefoon gevonden?" Wilco liet een stilte vallen. "Voor wie bel je eigenlijk?" vroeg hij. "Ik bel mezelf," antwoordde ik. Het duurde nog even voor het kwartje bij Wilco viel. "Dit is mijn telefoon helemaal niet," zei hij uiteindelijk.

Toen we elkaar niet veel later achter het centraal station ontmoetten voor de overdracht, herkende ik Wilco. We lopen elkaar wel eens tegen het lijf in SBS-toren negen. "Moest je van ver komen?" vroeg ik nog. "Viel wel mee," zei hij. "En ik ben op de brommer."

10.3.08

Geen voeten op de bank

Overijverige uniformen. Ik heb er een bloedhekel aan. Vooral wanneer ze een discussie afdoen met een reactie die niet is gebaseerd op argumenten, maar verpakt is als een soort geste aan de opponent.

In dit geval betrof het een conducteur. Die mij na het controleren van mijn eersteklas treinbiljet en de bijhorende kortingskaart verzocht om mijn voeten van de tegenover mij gelegen bank te halen. Ik reageerde gebelgd, aangezien ik mijn schoenen had uitgetrokken, mijn jas op de bank onder mijn voeten had gelegd en de coupé overigens dusdanig leeg was dat ik niemand een zitplaats ontnam. Dat zei ik ook tegen de conducteur, onderwijl goedkeurend toegeknikt door een reiziger aan de overzijde van het gangpad.

Maar de conducteur was onverbiddelijk. Want regels zijn nu eenmaal regels en in het reglement staat: geen voeten op de bank. Hij maakte aanstalten om het reglement erbij te pakken, waarop ik bromde dat ik dat wat overdreven vond en hij het kleinood alsnog te voorschijn haalde. "Hier staat het, meneer." De etterbak wees met een slecht gemanicuurde vinger naar een bepaling op de linkerbladzijde. En daar stond het inderdaad: geen voeten op de bank, inclusief een kinderachtig pictogram. Om het te benadrukken.

Terwijl ik mijn voeten van de bank haalde - gezagsgetrouw als ik uiteindelijk toch ben - en de man nog toebeet dat ik zijn opstelling lafhartig rigide vond, kwam hij met de gulden dooddoener: ik moest hem dankbaar zijn. Want de spoorwegpolitie controleert regelmatig op reizigers die hun voeten op de bank leggen en deelt fikse bekeuringen uit. Dus hij deed mij een geste, zei de conducteur. "In principe heb ik jou zojuist geld opgeleverd! Omdat je nu geen bekeuring krijgt. Zo moet je het zien."

Ik moet helemaal niks.

9.3.08

Een semi-comfortabele slaapplek

Met hulp en onder toeziend oog van mijn moeder pompte ik vrijdagmiddag mijn luchtbed op ter voorbereiding op een eerste nacht in mijn nieuwe huis. Toen ik 's nachts om half één weer binnenstapte na een late uitzending van Hart was het luchtbed leeg. Opnieuw met de pomp aan de slag en om één uur alsnog onder zijl. Tot alle lucht een half uur later weer was ontsnapt. Uiteindelijk gaf ik rond twee uur mijn pogingen om het lek te traceren op, scharrelde al mijn kleding bij elkaar en improviseerde iets van een semi-comfortabele slaapplek. Over kamperen gesproken...

Inmiddels lig ik in mijn eigen bed. Een boxspring. Gelukkig. Geen waterbed of zo.

5.3.08

Behangen en vloeren leggen

Ik heb een huis! Na bijna driekwart jaar kamperen – overigens onder zeer luxe en vooral ruim bemeten omstandigheden – gloort er nu wat rust aan de horizon. De komende weken natuurlijk nog niet. Vanwege behangen en vloeren leggen, wasmachines kopen en boekenkasten in elkaar schroeven. Maar daarna wel, stel ik me voor. En ik ben er enorm aan toe. Om lekker op mijn eigen bank te hangen. Niet te lang natuurlijk, dan word ik onrustig. Maar de eerste week of zo...

4.3.08

'Gaarne nieuwe handdoeken'

Je kent ze wel: die verzoeken van hotels om zuinig te zijn met handdoeken. Niet elke dag een schone, vanwege het milieu. Meestal wordt zo'n verzoek gecommuniceerd met een kaartje, al dan niet geplastificeerd. Dat is steevast in de badkamer te vinden, ter hoogte van de wastafel. In dit hotel kozen ze ervoor om de tekst letterlijk in te metselen. In de badkamermuur. Verwerkt in een – op zich – fraaie tegel. Duurzaam. Bestendig. Hele generaties kan 'ie mee! Aardig ook dat er liefst twee maal een flinke spelfout in de tekst is verwerkt. Dat houdt de hotelgast scherp, nietwaar? En met de zinsnede 'handdoeken op de grond betekend: gaarne nieuwe handdoeken', is het nog best een lastige ook... :-)

Overigens maakt het – zoals in bijna alle hotels – helemaal niets uit of je handdoeken nu op de grond liggen of op het daarvoor bestemde rek hangen. Je krijgt toch wel nieuwe.